Published On: Fri, Jan 17th, 2020

De samenzwering tegen (of voor) Christophe Emmanuel

Hilbert HaarDoor Hilbert Haar

Een anonieme brievenschrijver heeft diverse afleveringen gepubliceerd op de website van 721news onder de kopregel De Samenzwering ter Ruïnering van Christophe Emmanuel. De brieven maken de indruk dat de schrijver enorm veel tijd heeft gestoken in onderzoek en dat hij (of zij) toegang had tot – of op de een of andere manier (legaal of illegaal) de hand heeft weten te leggen op  – interne overheids-emails.

In de derde aflevering gaat de schrijver in op het onderwerp screening. Om een lang verhaal kort te maken: het argument is dat er geen reden was waarom Emmanuel niet door de screening kon komen om – weer – minister van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening, milieu en infrastructuur (VROMI) te kunnen worden in de interim regering. Naar mijn mening creëert de schrijver hier een samenzwering ter rehabilitatie van Emmanuel.

Laat me dit even uitleggen. Na onderzoek van bestaande wetgeving concludeert de schrijver: “Er staat nergens dat een kandidaat-minister een ministerspost kan worden ontzegd als deze onderwerp is van een strafrechterlijk onderzoek. Democratie wordt met voeten getreden – als verdachte kun je geen minister worden; dat is nergens op gebaseerd.”

Als dit waar zou zijn zou het vreselijk zijn voor Emmanuel. Maar de waarheid verschilt lichtelijk van hetgeen de  anonieme schrijver zijn lezers wil laten geloven.

Om te kunnen begrijpen wat er werkelijk aan de hand is heb ik het Handboek Caribisch Staatsrecht van prof. Arjen van Rijn erop nageslagen. Van Rijn stelt allereerst vast dat het Landsbesluit Benoeming Ministers en Gevolmachtigd Ministers – de basis voor de screening – slechts de status heeft van beleid. Dit is niet geregeld in een landsverordening maar dat maakt de screening niet illegaal; het is per slot van rekening algemeen en aanvaard gebruik in St. Maarten. Dat maakt klagen over dit process nadat je hebt gefaald tamelijk nutteloos.

De screening van kandidaat-ministers maakt in tegenstelling tot hetgeen de brievenschrijver suggereert geen inbreuk op de grondwet.

Wat houd de screening nou precies in? Ik refereer nogmaals aan prof. Van Rijn: de basis voor de screening is het Landsbesluit Benoeming Ministers en Gevolmachtigd Ministers. Het bevat richtlijnen ter voorkoming van belangenverstrengeling, een integriteitsverklaring en vraagt om het afstoten van ongewenste zakelijke belangen. Een justitieel antecedentenonderzoek en een veiligheidsonderzoek maken ook onderdeel uit van dit proces.

Staat ergens vermeld dat iemand die onderwerp is van een strafrechterlijk onderzoek geen minister kan worden? Nee, dat is een punt voor de brievenschrijver maar er is natuurlijk meer te zeggen over dit onderwerp.

Van Rijn stelt in zijn Handboek Caribisch Staatsrecht: “Vaststellen of een benoeming zich verdraagt met de uitkomsten van de screening laat logischerwijze enige ruimte voor interpretatie. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de formateur en de vice-voorzitter van de Raad van Advies.”

Dit is een essentieel onderdeel van de procedure. De formateur voor het interim cabinet was Silveria Jacobs, leider van de partij waartoe ook Christophe Emmanuel behoort – de Nationale Alliantie. Het is derhalve billijk te stellen dat Jacobs tenminste invloed heeft gehad op de beslissing om Emmanuel’s terugkeer naar een ministerspost te verhinderen.

Maar ziehier: Jacobs heeft nu kennelijk aangegeven dat Emmanuel als minister kan terugkeren in de nieuwe regering. Van Rijn’s handboek maakt echter duidelijk dat Jacobs niet de enige is die een stem heeft  in dit besluitvormingsproces. De vice-voorzitter van de Raad van Advies moet hierin ook meegaan.

Na het recente overlijden van vice-voorzitter Mavis Brooks-Salmon, is die positie nu aan de tweede vice-voorzitter van de Raad, mevrouw M.M. Hazel.

De brievenschrijver refereert ook nog aan een instructie van het koninkrijk uit 2014 waarin de goeverneur werd opgedragen geen ministersbenoemingen te ondertekenen totdat de integriteit van de kandidaat boven twijfel was verheven. Die instructie verliep voor de verkiezingen van 2016, maar dit heeft geen enkel effect op de bevoegdheid van de goeverneur om zijn handtekening te onthouden aan een benoemingsbesluit.

Ministers worden immers benoemd bij landsbesluit en de goeverneur is bevoegd zijn handtekening aan dergelijke besluiten te onthouden gebaseerd op artikel 21 van het Reglement voor de Goeverneur. Indien een benoeming in strijd is met, onder andere, belangen waarvan de voorziening of garantie een koninkrijksaangelegenheid is, dan is de goeverneur volgens dit artikel gerechtigd zijn handtekening te onthouden.

En omdat het garanderen van goed bestuur in St. Maarten een koninkrijksaangelegenheid is, zou de goeverneur heel goed in de weg kunnen staan van een door de formateur voorgestelde ministersbenoeming.

Een en ander betekent overigens niet dat het Landsbesluit Benoeming Ministers en Gevolmachtigd Ministers perfect is. Integendeel; in 2014 concludeerde de Commissie Integer Openbaar Bestuur dat het besluit “mager” is en dat de procedure “verbrokkeld en verwarrend” is omdat sommige regels gelden voor een benoeming terwijl andere pas na een benoeming in werking treden. De commissie stelde voor het besluit te amenderen naar het model van Curacao. Maar tot op heden, zo stelt Van Rijn vast, is de wetgeving in St. Maarten niet in die zin aangepast.

###

Gerelateerde artikelen:
PART 3: THE CONSPIRACY TO RUIN MP CHRISTOPHER EMMANUEL | 721 NEWS