Published On: Mon, Jan 13th, 2020

Honderden illegale Venezolanen verlaten St. Maarten

Venezuela - St. Martin map

PHILIPSBURG — Vier maanden vóór de invoering van de geplande visumplicht voor Venezolanen in de voormalige Nederlandse Antillen is meer dan de helft van de illegale Venezolanen op St. Maarten op eigen initiatief teruggekeerd naar Venezuela. Op dit moment bevinden zich naar schatting nog driehonderd ongedocumenteerde Venezolaanse mannen op het eiland.

Santiago (41) is een van de weinige illegale Venezolanen die twee keer op de luchthaven Grand Case-Espérance in het Franse deel van het eiland landde; de eerste keer in 2017 en de tweede keer in oktober vorig jaar. Hij keerde net op tijd terug, vlak voordat de regering van de Dominicaanse Republiek een tijdelijke visumplicht voor Venezolanen invoerde. “Net als ik reisden al mijn vrienden op St. Maarten via de Dominicaanse Republiek en vervolgens Guadeloupe naar Sint Maarten”, legt Santiago uit. “Dit is niet langer mogelijk. De enige optie is om vanuit Colombia te reizen, maar dat is zoveel duurder dan voorheen. Geen van de vrienden die St. Maarten hebben verlaten, kan het zich veroorloven terug te komen.”

Minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok kondigde de tijdelijke visumplicht op 2 oktober vorig jaar aan in een brief aan de Tweede Kamer in Den Haag. “Gelet op de noodzakelijke voorbereidingstijd kan de visumplicht over circa zes maanden worden ingevoerd, in het tweede kwartaal van 2020. Om redenen van uitvoerbaarheid zal het aantal in te nemen Venezolaanse visumaanvragen voor de Caribische Koninkrijksdelen worden gemaximeerd op 8000 op jaarbasis. Met de Franse autoriteiten wordt contact onderhouden over effectieve implementatie en handhaving van de visumplicht op Sint Maarten, omdat voor het Franse deel van het eiland geen visumplicht geldt voor Venezuela,” schrijft minister Blok.

Met de visumplicht komt de introductie van een reisvergunningssysteem ESTA en het Advance Passenger Information-systeem waarin reizigersinformatie vooraf wordt gecontroleerd, evenals de introductie van pre-boardingcontroles. Deze maatregelen zijn ontwikkeld in overleg met de premiers van St. Maarten, Curaçao en Aruba en worden door elk van de drie Nederlandse Caribische eilanden voorbereid met hulp van Nederland.

Hij heeft veel geluk gehad, zegt Santiago, die naar Venezuela reisde om een vriend te vergezellen die zijn gezichtsvermogen verloor tijdens zijn verblijf op St. Maarten. Slechts dertig jaar oud, liet het netvlies in zijn rechteroog los, nadat het netvlies van zijn linkeroog al eerder was losgekomen. Net als de andere mannen werkte hij in de bouw. Op een dag merkte de supervisor op dat hij op de tast naar gereedschap zocht. Hij werd meteen ontslagen. “Vanaf die dag zat hij alleen in zijn kamer, en huilde veel,” zegt Santiago, die deel uitmaakte van een groep van 19 mannen tussen de 26 en 51 jaar oud. “Ik had veel medelijden met mijn vriend. Hij wilde zo graag een oogoperatie dat hij besloot een van zijn organen te verkopen.”

Hij vroeg zijn vrienden om rond te vragen voor een koper en liet hen via WhatsApp berichten sturen naar mensen waarvan hij dacht dat die konden helpen. Het WhatsApp-bericht eindigt met de vraag: “Weet je wie misschien geïnteresseerd is in het kopen van een long of nier zodat ik naar Venezuela kan terugkeren om daar te worden geopereerd en om voedsel voor mijn gezin te kopen?” Toen er geen hulp kwam, besloten zijn Venezolaanse vrienden op St. Maarten geld te sparen om een vliegticket voor hem te kopen. Het duurde vijf maanden voordat ze voldoende geld hadden.

“Tegen die tijd zag hij niets meer, ik moest hem ondersteunen tijdens het lopen en besloot met hem mee te gaan naar Venezuela om hem thuis te brengen,” zegt Santiago. “De oogoperatie is gratis in Venezuela, maar het probleem is dat er geen operatiemateriaal is, zelfs geen injectienaalden. Alleen als je dollars hebt, heb je een kleine kans om het nodige te kunnen kopen.”

Grand Case Airport airside view terminal building

De tweede keer dat hij aankwam op de luchthaven Grand Case-Espérance, was hij erg bang, herinnert Santiago zich. “Een vriend wachtte buiten op me in zijn auto. Onderweg naar de Nederlandse kant was ik doodsbang, want als de gendarmerie je staande houdt, word je gearresteerd en gedeporteerd. Aan de Nederlandse kant is het andersom: je komt aan de Nederlandse kant landen niet door de douane op het vliegveld, maar ben je al in het land, dan arresteert de politie je niet – tenzij je ernstige problemen veroorzaakt.”

St. Maarten is daadwerkelijk The Friendly Island, benadrukt hij. “Op een avond raakte een van mijn vrienden, die erg dronken was, in gevecht met een Dominicaan. Het ging er hard aan toe. Omstanders probeerden hen nog uit elkaar te halen, toen de politie arriveerde. De agenten zagen meteen dat mijn vriend stomdronken was. Een van hen vroeg: “Wie gaat hem naar huis brengen? Hij kan beslist niet zelf rijden.” Mijn vrienden en ik hadden ‘m intussen zitten knijpen, allemaal dachten we dat we gearresteerd en gedeporteerd zouden worden.”

De onruststoker is niet langer op het eiland. Van de negentien mannen zijn er nog acht op St. Maarten. De anderen vertrokken vóór Kerstmis om de feestdagen met familie door te brengen. De op St. Maarten achtergebleven mannen maken plannen om elders hun geluk te beproeven. Santiago kreeg van zijn werkgever te horen dat er werk voor hen is in Canada. “Eerst moet ik het geld verdienen dat ik van een handelaar in Venezuela heb geleend voor de terugreis naar St. Maarten. Als ik het bedrag plus rente niet op tijd terugbetaal, kom ik in de problemen, en is ook mijn familie in Venezuela niet veilig.”

###

Gerelateerde artikelen:
Corruptie achtervolgt de Venezolaanse diaspora